Russian manicure is veruit de schoonste basis voor elke nagelbehandeling — maar er gaan nog steeds verhalen rond die niet kloppen. Vijf van de hardnekkigste, en wat er werkelijk waar van is.
1. Het is hetzelfde als een normale manicure
Niet waar. Bij een klassieke manicure knip of trim je de huid; bij een Russian manicure los je de huid voorzichtig met een frees, zodat de nagelplaat tot de matrix volledig vrij is. Het verschil zie je terug in hoe schoon de cuticle-lijn is, en hoeveel langer een gellak of Biab-applicatie blijft zitten zonder te liften.

2. Het beschadigt je nagelriem
Alleen als de uitvoering fout is. Een correct uitgevoerde Russian manicure tast de eponychium niet aan — je werkt boven de huid, niet erin. De huidlaag die je verwijdert is dood weefsel. Bij een goede stylist met de juiste frees-bit heb je geen pijn, geen bloed, en geen schade.
3. Je hebt jaren ervaring nodig om het te leren
Vier dagen, in een groep van maximaal twee. Dat is de basis. Daarna heb je nog een aantal modellen nodig om je hand-eye-coordination op niveau te krijgen, maar de techniek zelf leer je in de basisopleiding compleet aan. Wat de jaren wel beter maken: snelheid en vertrouwen.
4. Het werkt niet bij iedereen
In principe werkt het bij elke nageltype — van diepe cuticles tot dunne huid. Wel zijn er bepaalde aandoeningen (eczeem, open wonden, sterke ontstekingen) waarbij we wachten tot de huid hersteld is. Voor 95% van de klanten is een Russian manicure veilig en aangenaam.
5. Eén keer per jaar is genoeg
Liever elke 3-4 weken — samen met je gel-refill. Hoe vaker je de cuticles netjes onder houdt, hoe minder werk je per sessie hebt. Dat is precies de routine die je in de basisopleiding krijgt.



